Schrappen besteksposten maakt inschrijving ongeldig

Schrappen besteksposten maakt inschrijving ongeldig

Het schrappen van een of meerdere besteksposten, ook al zijn dit staartposten, maakt een inschrijving ongeldig. Het schrappen van een bestekspost kan ook niet worden gelijk gesteld met het aanbieden van
€ 0,00 voor die bestekspost. Zo oordeelde de Rechtbank Noord-Nederland in een recent vonnis. Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat het (op straffe van ongeldigheid) niet is toegestaan om staartkosten voor stelposten in de verrekenprijzen te verdisconteren.

De aanbestedingsprocedure
De gemeente heeft een nationale openbare aanbestedingsprocedure gehouden conform het ARW 2012. Het bestek was opgesteld volgens de Standaard RAW bepalingen 2010. In het bestek waren vijf staartposten voor eenmalige kosten opgenomen.

Schoterland heeft tijdig een inschrijving ingediend. Zij heeft van de vijf staartposten voor eenmalige kosten twee besteksposten weggelaten en twee posten gewijzigd door die een andere benaming te geven. Schoterland had de laagste prijs geoffreerd.

De inschrijving van Schoterland is door de gemeente ongeldig verklaard. Reden daarvoor is dat Schoterland de eenmalige kosten naar eigen inzicht had ingericht door besteksposten weg te laten en twee besteksposten te wijzigen.

Weglaten besteksposten niet gelijk aan € 0,00
Ter zake van de geschrapte besteksposten stelt Schoterland dat het weglaten van de besteksposten is toegestaan. Dat staat volgens haar gelijk aan het invullen van € 0,00 voor die besteksposten. Schoterland betoogde dat voor de besteksposten feitelijk € 0,00 is ingevuld, aangezien voor de posten die zijn geschrapt anders € 0,00 was ingevuld. Daarnaast is aan twee posten een andere benaming gegeven, maar de werkzaamheden op grond van het bestek zijn hetzelfde gebleven. Verder had de gemeente op grond van artikel 01.01.04 van de Standaard 2010 vóórdat de inschrijving ongeldig werd verklaard Schoterland eerst om een toelichting moeten vragen.

De voorzieningenrechter oordeelt ten eerste dat het niet noodzakelijk was om een toelichting op de inschrijving te vragen. Dat hoeft namelijk alleen maar als de aanbesteder vermoedt dat de ontleding van de aanneemsom niet overeenstemt met artikel 01.01.03 van de Standaard 2010. Dat is hier niet aan de orde. Schoterland heeft wel eenmalige kosten als zodanig benoemd, maar heeft voorgeschreven besteksposten geschrapt en gewijzigd. Daar ziet artikel 01.01.04, lid 2 van de Standaard 2010 niet op. De gemeente was derhalve niet verplicht om een toelichting te vragen vóór de inschrijving van Schoterland ongeldig werd verklaard.

Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat het Schoterland niet vrijstond besteksposten te schrappen. Als besteksposten worden voorgeschreven, dienen die ook benoemd en beprijsd te worden in de inschrijving. Indien dat niet gebeurt, worden inschrijvingen onvergelijkbaar. Als Schoterland meende dat bepaalde besteksposten niet nodig waren, had zij daarover maar vragen moeten stellen. Hoewel Schoterland op grond van artikel 01.01.03, lid 04 van de Standaard 2010 het recht heeft om de posten voor de eenmalige kosten uit te breiden, is het niet toegestaan om besteksposten te schrappen.

Overigens staat het schrappen van een bestekspost volgens de voorzieningenrechter niet gelijk aan het invullen van een prijs van € 0,00. Met het schrappen van een bestekspost verklaart de inschrijver dat die bestekspost niet wordt uitgevoerd. Als € 0,00 wordt ingevuld wordt de bestekspost wel uitgevoerd, maar verklaart de inschrijver daar geen kosten voor te rekenen. Ten aanzien van de weggelaten besteksposten acht de voorzieningenrechter dat onwaarschijnlijk. Had Schoterland voor het opruimen van het werkterrein en het vervoeren van containers
€ 0,00 ingevuld, dan zou dat volgens de voorzieningenrechter een irreële prijs zijn. Wat ook een reden voor de ongeldigheid van de inschrijving is.

Schuiven van kosten niet toegestaan
Schoterland voert verder nog aan dat zij de kosten voor de weggelaten besteksposten heeft verdisconteerd in de verrekenprijzen. In de inschrijving zijn de kosten volgens Schoterland dus wel opgenomen.

Ook dit argument wijst de voorzieningenrechter af. Volgens de voorzieningenrechter is het schuiven met kosten nu juist datgene wat de Standaard 2010 probeert tegen te gaan door voor te schrijven in artikel 01.01.03, lid 03 dat de eenmalige kosten niet in de verrekenprijzen mogen zijn opgenomen. De inschrijving van Schoterland is daarom in strijd met de Standaard 2010 en dus volgens de voorzieningenrechter ook daarom ongeldig.

Geen herstel
De voorzieningenrechter overweegt ten slotte dat de gebreken in de inschrijving van Schoterland niet voor herstel vatbaar zijn. Er is immers geen sprake van een voor iedereen kenbare vergissing die op objectieve gronden is vast te stellen. Schoterland heeft bewust besteksposten geschrapt, dan wel aangepast en dat is niet voor herstel vatbaar. Als deze besteksposten achteraf alsnog zouden ingevuld, zou de inschrijving achteraf inhoudelijk worden gewijzigd, hetgeen in strijd is met de aanbestedingsbeginselen.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Schoterland derhalve af waardoor de ongeldigheid van diens inschrijving stand houdt.

mr. J.H.J. Bax, aanbestedingsadvocaat
vakgroep aanbestedings- en bouwrecht, Dirkzwager

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen