Regie over de afzet en uitbesteding: het Hof van Justitie geeft uitleg in de zaak Fruition

Regie over de afzet en uitbesteding: het Hof van Justitie geeft uitleg in de zaak Fruition

In een arrest van 19 december 2013 heeft het Hof van Justitie geoordeeld over de wijze waarop producentenorganisaties de verkoop van de producten van hun leden mogen uitbesteden zonder de regie over de afzet te verliezen.

De casus
Fruition, een in Engeland gevestigde erkende producentenorganisatie in de sector groenten en fruit, had de verkoop van de producten van haar leden uitbesteed. De Europese Commissie was van mening dat door de wijze waarop de verkoop was uitbesteed, Fruition geen regie meer had over de afzet. Het gevolg hiervan was dat Fruition niet meer voldeed aan de Engelse erkenningsvoorwaarden die zijn gebaseerd op de gemeenschappelijke marktordening in de sector groenten en fruit (GMO-regels). Dit leidde er uiteindelijk toe dat de erkenning van Fruition door de Engelse autoriteiten werd ingetrokken.

Voor een meer gedetailleerdere beschrijving van de casus en de conclusie van Advocaat-Generaal Wahl in deze zaak wordt verwezen naar het artikel Regie over de afzet en uitbesteding: de conclusie van de A-G in de zaak Fruition.

Het oordeel van het Hof van Justitie
Volgens het Hof van Justitie wenst de verwijzende rechter te vernemen of de GMO-regels betreffende meebrengen dat een producentenorganisatie die de verkoop van de producten van de door haar leden geteelde producten uitbesteedt, zeggenschap over deze verkoop moet behouden, en zo ja hoever deze zeggenschap moet strekken.

Regie over de afzet
De GMO-regels staan er volgens het Hof van Justitie niet aan in de weg dat een producentenorganisatie de verkoop van de door leden geteelde producten uitbesteedt. Een dergelijke uitbesteding mag voor de producentenorganisatie evenwel geenszins een vrijbrief zijn om de hun krachtens de GMO-regels opgelegde erkenningsvoorwaarden niet in acht te nemen. Onmisbaar voor de handhaving van hun erkenning als producentenorganisatie is dus dat deze organisaties ervoor zorgen dat zij blijven voldoen aan alle erkenningsvoorwaarden en in het bijzonder dat zij hun optreden doelmatig voortzetten. Daarom moeten producentenorganisaties ook in geval van uitbesteding regie hebben over de afzet.

De mate van zeggenschap
Een producentenorganisatie heeft slechts voldoende regie over de afzet indien zij tijdig en dwingend kan ingrijpen. Daarom moet een producentenorganisatie met de derde aan wie de verkoop wordt uitbesteed contractueel afspreken “dat zij verantwoordelijk blijft voor de uitoefening van de uitbestede activiteit en voor de algemene zeggenschap over het beheer zodat zij in laatste instantie de zeggenschap kan blijven uitoefenen en in voorkomend geval op tijd kan ingrijpen in deze uitoefening over de gehele looptijd van de afspraak.”

Meer uitleg geeft het Hof van Justitie niet. Het is aan de nationale rechter om  aan de hand van de gegeven uitleg te beoordelen of een producentenorganisatie in geval van uitbesteding voldoende regie heeft over de afzet. Hierbij moet de nationale rechter letten op alle relevante omstandigheden van de zaak, waaronder de aard en omvang van de uitbestede activiteiten.

Commentaar
Het belang van het onderhavige arrest is gelegen in de uitleg over de mate van zeggenschap die een productenorganisatie in geval van uitbesteding moet hebben om nog steeds regie over de afzet te kunnen hebben. Het is jammer dat de uitleg die het Hof van Justitie geeft tamelijk cryptisch is. De conclusie van de A-G was op dit punt veel explicieter.

Gelet op de versie van het arrest in de procestaal (Engels) en de versie in de taal van het Hof van Justitie (Frans), lijkt het erop dat de uitleg van het Hof van Justitie ten aanzien van de mate van zeggenschap als volgt moet worden begrepen. De uitbestedingsovereenkomst die met betrekking tot de verkoop van de door leden geteelde producten met een derde wordt gesloten moet de producentenorganisatie in staat stellen (i) verantwoordelijk te blijven voor deze verkoop en (ii) op de uitoefening van deze activiteit een algemene managementcontrole uit te oefenen. Aldus moet de producentenorganisatie gedurende de looptijd van de uitbestedingsovereenkomst de bevoegdheid behouden de uitvoering van de overeenkomst te controleren en, indien noodzakelijk, tijdig in te grijpen.

Het Hof van Justitie spreekt over een “algemene managementcontrole”. Dit impliceert dat het niet noodzakelijk is dat een producentenorganisatie zich op dagdagelijkse basis bemoeit met de verkoopmodaliteiten zoals de prijsvorming. Anders is de managementcontrole niet meer algemeen.

Producentenorganisaties moeten volgens het Hof van Justitie de regie over de afzet hebben ten einde te verzekeren dat zij hun wezenlijke activiteiten “doelmatig” uitoefenen. Aldus zou de uitleg van het Hof van Justitie zo kunnen worden geïnterpreteerd dat de algemene managementcontrole erop gericht moet zijn op de doelmatigheid van verkoop door de derde. Indien controle uitwijst dat de verkoop niet langer doelmatig is, moet de producentenorganisatie “tijdig” ingrijpen. Helaas geeft het Hof van Justitie geen uitleg wat hiermee wordt bedoeld. De toekomst zal dus moeten uitwijzen hoe tijdig tijdig is.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen