Regeling uitvoering GMO groenten en fruit gepubliceerd

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit gepubliceerd

Op 10 december 2013 is de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit (Regeling) in de Staatscourant gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2014 vervangt deze Regeling de Verordening PT uitvoeringsbepalingen GMO groenten en fruit 2012 van het Productschap Tuinbouw (PT) en de daarop gebaseerde voorzittersbesluiten en circulaires waaronder de Erkenningscriteria. Per die datum worden de taken en bevoegdheden van het PT overgedragen aan de Minister van Economische Zaken (Minister).

Inhoud van de Regeling
In de Regeling zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot (i) de erkenning en het lidmaatschap van producentenorganisaties, (ii)  het actiefonds en het operationeel programma, (iii) aanvraag en verlenen van steun, (iv) administratieve verplichtingen en (v) sancties. Het betreft hier de nadere uitwerking van de voorschriften van Verordening (Vo) 1234/2007 en Verordening (Vo) 543/2011 waarin de gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor groenten en fruit wordt geregeld.

Uit de toelichting in de Staatscourant volgt dat de Minister met de Regeling niet beoogd inhoudelijke wijzigingen aan te brengen ten opzichte van de door het PT opgestelde regels. Inhoudelijk verschilt de Regeling derhalve niet wezenlijk van de Regeling de Verordening PT uitvoeringsbepalingen GMO groenten en fruit 2012 van het PT en de daar op gebaseerde voorzittersbesluiten en circulaires. Toch valt op dat de Regeling op een aantal punten strenger is dan de door het PT gehanteerde regels.

Erkenning
Op erkende producentenorganisaties, rusten diverse verplichtingen. De belangrijkste verplichting is dat de producentenorganisaties de producten van hun leden moeten concentreren en verkopen. Deze activiteit kan een producentenorganisatie zelf uitvoeren. Het is echter ook mogelijk om deze activiteit uit te besteden aan een derde. Als van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, moet de producentenorganisatie wel wekelijks met deze derde overleg voeren over de te hanteren verkoopvoorwaarden, waaronder de verkoopprijs. Dit voorschrift is ontleend aan de Herziene Nationale Strategie. De door het PT gehanteerde Erkenningscriteria verlangen slechts dat de derde daadwerkelijk wordt aangestuurd. Ook het Fruition arrest van het Hof van Justitie lijkt niet te verlangen dat er wekelijks overleg wordt gevoerd over de te hanteren verkoopvoorwaarden.

Verder valt op dat de Regeling voorschrijft dat erkende producentenorganisaties bepalen op welk moment de leden hun producten aan de producentenorganisaties ter verkoop moeten aanbieden. De door het PT gehanteerde Erkenningscriteria zijn ook op dit punt minder streng. Volgens de door het PT gehanteerde Erkenningscriteria bepalen namelijk dat een lid het moment van verkoop mag bepalen.

In beginsel moeten de leden van producentenorganisaties hun volledige productie via de producentenorganisatie verkopen. Een producentenorganisatie kan een lid echter ontheffing verlenen van de leverplicht. Die bevoegdheid is verre van ongelimiteerd en bestaat uitsluitend ten behoeve van de zogenaamde (i) thuisverkoop aan consumenten, (ii) marginale verkoop en (iii) verkoop van producten die de producentenorganisatie normaal niet verhandelt. Anders dan in het huidige systeem geldt voor thuisverkoop op grond van de Regeling geen ondergrens meer. Het PT verlangde dat een producentenorganisatie haar leden moest toestaan ten minste 10% van de producten thuis te verkopen indien er vrijstelling werd gegeven voor thuisverkoop. Op grond van de GMO-regels mag een producentenorganisatie haar leden toestaan een marginaal deel van de productie zelf of via een andere productenorganisatie te verkopen. Net als op grond van de door het PT gehanteerde Erkenningscriteria is een marginaal deel volgens de Regeling maximaal 5% van de totale verhandelbare productie van de producentenorganisatie. De productenorganisatie mag dus een individueel lid toestaan meer dan 5% van de eigen productie zelf te verkopen. Daardoor zou een lid in theorie toegestaan kunnen worden 100% van de eigen productie zelf te verkopen. De Regeling beperkt deze mogelijkheid. Met toestemming van de producentenorganisatie mag een lid slechts maximaal 25% van zijn eigen productie zelf verkopen.

GMO-subsidie
Het totale bedrag aan GMO-subsidie dat een producentenorganisatie kan ontvangen, is afhankelijk van de waarde van de verkochte producten. Het gaat hierbij om producten die de producentenorganisatie zelf heeft verkocht. Hiervoor zagen we al dat een producentenorganisatie haar leden kan toestaan een bepaald deel van de productie via een andere producentenorganisatie te verkopen. Volgens de Regeling wordt de waarde van deze verkoop opgeteld bij de waarde van verkochte productie van de producentenorganisatie waarvan de teler lid is. Dit is relevant voor de maximale hoogte van de GMO-subsidie, aangezien die wordt gebaseerd op de waarde van verkochte productie.  Voor het mogen optellen van de waarde verkochte productie is het wel noodzakelijk dat de andere producentenorganisatie de producten daadwerkelijk heeft verkocht en de teler voor de verkoop een factuur heeft gestuurd. Dit is een wijziging ten opzichte van de aanpak door het PT in Circulaire 2013 GFF-006. Bovendien lijkt de Regeling op dit punt niet in overeenstemming met artikel  de GMO-regels. Daarin is namelijk bepaald dat indien een teler producten via een andere producentenorganisatie verkoopt, de waarde van deze verkoop wordt opgeteld bij de waarde verkochte producten van deze andere producentenorganisatie.

Net als onder de huidige regels van het PT, zijn ook onder de Regeling de extra kosten van milieuacties subsidiabel. Interessant is in dit opzicht dat uit de toelichting op de Regeling duidelijk blijkt dat bij de berekening van de extra kosten rekening moet worden gehouden met de meeropbrengsten en kostenbesparingen die het gevolg zijn van de uitvoering van de milieuactie.

Sancties
In hoofdstuk 7 van de Regeling staan de sancties die de Minister aan producentenorganisaties kan opleggen. Nieuw is dat nu in de Regeling is bepaald dat een sanctie kan worden opgelegd in geval de verkoopactiviteiten niet juist zijn uitbesteed. Bovendien kan een sanctie worden opgelegd als een producentenorganisatie een aanwijzing van de Minister niet (juist) opvolgt.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen