Staatssecretaris Dijksma gaat in beginsel GMO-subsidie van FresQ terugvorderen

Staatssecretaris Dijksma gaat in beginsel GMO-subsidie van FresQ terugvorderen

In een brief van 25 maart 2015 heeft staatssecretaris Dijksma vragen beantwoord van Kamerlid Geurts over het wel of niet terugvorderen van GMO-subsidie die door de Europese Commissie aan de Europese financiering is onttrokken.

Achtergrond Kamervragen
Naar aanleiding van een in 2007 uitgevoerd onderzoek had de Europese Commissie bijna 21 miljoen euro die FresQ aan GMO-subsidie had ontvangen, aan de Europese financiering onttrokken. Dit wil zeggen dat de GMO-subsidie niet met Europese middelen mocht worden gefinancieerd. Nederland stelde tegen dit besluit beroep in. Het Gerecht verwierp dit beroep bij arrest van 16 september 2013. Het tegen dit arrest ingestelde hoge beroep werd door het Hof van Justitie verworpen bij arrest van 6 november 2014.

Met laatstbedoeld arrest staat onherroepelijk vast dat de Europese Commissie terecht de aan FresQ verleende GMO-subsidie aan de Europese financiering had onttrokken. Als gevolg hiervan moet Nederland de verleende subsidie aan de Europese Commissie terugbetalen. De subsidie was immers al door de Europese Commissie vooruitbetaald. Vervolgens is de vraag of Nederland op zijn beurt de verleende subsidie van FresQ gaat terugvorderen.

In een Kamerbrief van 29 mei 2012 had de voorganger van staatssecretaris Dijksma, staatssecretaris Bleker, op vragen van Kamerlid Van Veldhoven nog laten weten dat in geval de onttrekking van GMO-steun aan de Europese financiering was te wijten aan de Nederlandse overheid, de Nederlandse overheid de steun niet van de begunstigde zou terugvorderen. In verband hiermee vroeg Kamerlid Geurts of staatssecretaris Dijksma de toezegging van staatssecretaris Bleker gestand gaat doen.

Antwoord staatssecretaris Dijksma
Volgens de staatssecretaris worden van Nederland corrigerende maatregelen geëist op het moment dat definitief vaststaat dat de Europese Commissie terecht GMO-subsidie aan de Europese financiering heeft onttrokken. In dit kader is Nederland “op grond van de Europese regelgeving in beginsel verplicht om de onrechtmatig geoordeelde steun bij de eindbegunstigden terug te vorderen.” In de Kamerbrief wijst de staatssecretaris er verder nog op dat als gevolg van het arrest van 6 november 2014 de intrekking van de erkenning van FresQ “vervroegd” moest worden.

Terugvorderingen van GMO-subsidie
Vooropgesteld moet worden dat het antwoord van staatssecretaris niet verbaast. Tijdens het algemeen overleg van de Landbouw- en Visserijraad van 4 juni 2013 heeft zij immers al een keer uitgelegd dat in geval GMO-subsidies in strijd met de Europese regels zijn uitgekeerd er terugvordering moet plaatsvinden. Hier voegde de staatssecretaris aan toe dat zij in dit kader geen eigen beslissingsbevoegdheid heeft.

Zoals ik al eerder schreef, ontslaat het feit dat ten onrechte betaalde Europese bedragen door de lidstaat aan de Europese Commissie zijn terugbetaald, de lidstaat niet van de verplichting deze bedragen van de begunstigden terug te vorderen. Dit volgt uit het arrest Mertens. In het arrest Agroferm is de terugvorderingsverplichting recent nog eens bevestigd.

Gelet op onder andere de duidelijke bewoordingen van het arrest Agroferm is het de vraag waarom de staatssecretaris spreekt over “in beginsel”. Hiermee lijkt de staatssecretaris te impliceren dat er omstandigheden denkbaar zijn dat er niet tot terugvordering hoeft te worden overgegaan. Helaas wordt in de Kamerbrief niet uitgelegd welke deze omstandigheden zijn. Mogelijk heeft de staatssecretaris het oog op de situatie dat het absoluut onmogelijk is de GMO-subsidie terug te vorderen. In het staatssteunrecht bijvoorbeeld is dat volgens vaste jurisprudentie de enige reden die een lidstaat kan aanvoeren om niet tot terugvordering over te gaan. In verband hiermee moet wel worden opgemerkt dat een lidstaat daadwerkelijk actie moet ondernemen. Van terugvordering kan niet worden afgezien door simpelweg te stellen dat er juridische, politieke of praktische problemen zijn.

Een illustratief voorbeeld van de maatregelen die een lidstaat moet nemen is het recente arrest Commissie / Frankrijk. In deze zaak oordeelde het Hof van Justitie dat Frankrijk niet alle maatregelen had genomen om steun terug te vorderen die onrechtmatig was verleend aan producenten van groenten en fruit. Frankrijk had aangevoerd dat bepaalde producentenorganisaties waren verdwenen als gevolg van fusies, overnames of liquidaties. Dit maakte volgens het Hof van Justitie terugvordering van de steun niet onmogelijk. Frankrijk had niet aangetoond dat het niet langer in staat was de leden van de betreffende producentenorganisaties te identificeren of de aan de betrokken producenten betaalde subsidie te extrapoleren. Het feit dat begunstigde ondernemingen in moeilijkheden of in staat van faillissement verkeren dan wel het voorwerp zijn van een buy-out, of fusie of overname, laat de verplichting onverlet om de steun daadwerkelijk terug te vorderen. De lidstaat is, aldus het Hof van Justitie, verplicht alle maatregelen te nemen die terugvordering mogelijk maken.

Overigens mag niet onvermeld blijven dat als subsidie in strijd met de GMO-regels is toegekend, bijvoorbeeld omdat de begunstigde niet voldoet aan de erkenningscriteria, de staatssteunregels onverkort van toepassing zijn. De Europese Rekenkamer stelde in het jaarverslag 2010 dat als er in voorkomend geval niet wordt teruggevorderd, er sprake kan zijn van “onregelmatige” steun. Zo bezien kunnen ook de Europese staatssteunregels nopen tot terugvordering van GMO-subsidie die aan de Europese financiering is onttrokken.

Vervroegde intrekking van de erkenning
Met “vervroegde” intrekking van de erkenning zal staatssecretaris Dijksma bedoeld hebben dat de erkenning van FresQ met terugwerkende kracht moest worden ingetrokken. Dat intrekking van de erkenning terugwerkende kracht kan hebben volgt uit Verordening 543/2011. In artikel 114 staat namelijk dat de erkenning wordt ingetrokken “met ingang van de datum waarop de erkenningscriteria niet langer werden vervuld”. Omdat het Hof van Justitie bevestigde dat FresQ ten tijde van het onderzoek door de Commissie de erkenningscriteria niet naleefde, is het logisch dat Nederland de erkenning van FresQ met terugwerkende kracht moest intrekken. Heel bijzonder is dit niet. Ook de erkenning van Batavia werd in 2011 met terugwerkende kracht ingetrokken. In een uitspraak van 6 september 2013 oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat dit terecht was.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen