Onvolledige eenheidsprijzen – inschrijving ongeldig

Onvolledige eenheidsprijzen – inschrijving ongeldig

Bij een aanbestedingsprocedure volgens de Standaard RAW moeten alle kosten in de eenheidsprijzen zijn begrepen. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat een inschrijving – na toelichting – ongeldig is als niet alle kosten in de eenheidsprijs zijn opgenomen. Ook als de aannemer kosten voor eigen rekening neemt.

Afvoeren en storten grond

Bij een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure is voorgeschreven dat afgegraven grond moet worden afgevoerd naar een volgens de Wet Omgevingsrecht vergunde inrichting. Voor het afvoeren van de grond zijn besteksposten opgenomen in de inschrijvingsstaat.

Ippel Dredging heeft voor het afvoeren van grond zeer lage eenheidsprijzen geoffreerd. Omdat de aanbestedende dienst vermoedt dat niet alle kosten in de eenheidsprijzen zijn opgenomen, wordt aan Ippel Dredging een toelichting op de eenheidsprijzen gevraagd.

Uit die toelichting blijkt dat Ippel Dredging voornemens is de afgegraven grond eerst in depot te storten en vervolgens voor eigen rekening en risico te vervoeren naar een vergunde inrichting. In de afwijzingsbrief deelt de aanbestedende dienst mede dat de toelichting niet volstaat, dat de ontleding van de aanneemsom niet voldoet aan artikel 01.01.03 Standaard 2010 en dat de inschrijving daarom ongeldig is.

Systematiek Standaard RAW Bepalingen 2010

Op grond van artikel 01.01.03, lid 02 van de Standaard RAW Bepalingen 2010 moeten alle kosten voor het tot stand brengen van een resultaatsverplichting in de eenheidsprijzen zijn begrepen. Als een aanbestedende dienst vermoedt dat de ontleding van de aanneemsom niet voldoet aan deze verplichting, dan moet de aanbesteder dat vermoeden schriftelijk aan de aannemer onderbouwen en vragen om een toelichting. Indien uit die toelichting niet blijkt dat de ontleding voldoet aan artikel 01.01.03 Standaard 2010, dan is de inschrijving ongeldig (art 01.01.04 Standaard RAW Bepalingen 2010).

Inschrijving Ippel Dredging is ongeldig

De voorzieningenrechter constateert dat is voorgeschreven dat grond moet worden vervoerd naar een vergunde inrichting. Op grond van dat uitgangspunt is de voorzieningenrechter, met de aanbesteder, van oordeel dat in de eenheidsprijzen voor het afvoeren van grond (in ieder geval) twee kostensoorten moeten zijn begrepen: transportkosten en stortkosten.

Ippel Dredging kon naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet volstaan met het opnemen van de kosten voor opslaan van de grond in depot en het voor eigen rekening vervoeren van de grond naar een inrichting. Daarover wordt het volgende overwogen:

Ook de kosten voor het transporteren van het vrijkomende materiaal van het depot naar een vergunde inrichting en/of een zandwinput en de aldaar verschuldigde stortkosten zijn immers onderdeel van de kosten die Ippel Dredging had moeten maken voor het uitvoeren van het werk, zodat zij deze kosten op haar inschrijvingsstaat had dienen ter vermelden. Dat Ippel Dredging voor het transport en het storten van de grond geen kosten zou hoeven te maken, zoals zij nog heeft betoogd, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk (gemaakt). Het feit dat Ippel Dredging de eigendom van het vrijkomende materiaal verkrijgt, brengt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet met zich dat Ippel Dredging niet gehouden zou zijn om voormelde kosten bij haar inschrijving te vermelden.”
(onderstreping, auteur)

Ondanks dat Ippel Dredging bereid was kosten voor eigen rekening te nemen – een korting – is de inschrijving volgens de voorzieningenrechter toch terecht ongeldig verklaard.

Dit vonnis is een volgende in een lijn waarin voorzieningenrechters strikt de voorwaarden van de Standaard 2010 toepassen. Elke afwijking daarvan lijkt tot ongeldigheid van de inschrijving te leiden. Vanuit die context, is het onderhavige vonnis een logisch vervolg op eerdere jurisprudentie. Anderzijds lijkt met dit vonnis geïmpliceerd te worden dat het aannemers geen kosten voor eigen rekening mogen nemen (en dus geen korting mogen geven). Dat is naar mijn mening een ongewenste ontwikkeling.

mr. Joris Bax
aanbestedings- en bouwrechtadvocaat Dirkzwager

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen